Zijn biobased materialen wel zo milieuvriendelijk?

23 mei 2018 Gerrit Jan Kuiper, Manager Product Innovation
Blog BENG Pietertje

In mijn vorige blog heb ik geschreven over het hoe en waarom van de MPG. Ik heb daarover een aantal vragen gekregen. Die gingen met name over het effect van bepaalde biobased materialen in dit soort berekeningen. In dit blog wil ik nader op deze materie ingaan.

MPG

Door de Introductie van de MPG worden voor gebouwen schaduwkosten berekend. Deze schaduwkosten zijn een maat voor de kosten die gemaakt moeten worden om het milieu-effect van een gebouw en het gebruik van dit gebouw gedurende de levensduur ervan te vereffenen. De MPG heeft nu een grenswaarde van 1, maar deze waarde zal in de loop van de jaren zeker gaan dalen. Dat wil zeggen dat er steeds minder milieu-impact toegelaten wordt voor een gebouw. Vaak wordt er dan snel naar biobased materialen gewezen als zijnde het beste (lees: minst slechte) alternatief. Maar ik vraag me af of een biobased materiaal altijd beter is dan ‘gewone’ materialen en wat is nu biobased? Het kost toch best wat tijd voordat een boom gegroeid is tot een acceptabele maat en er dikke balken uit gezaagd kunnen worden. En is aardolie eigenlijk geen plantenafval en dus biobased?

 

Biobased

Ik heb over de tijdsgrens voor het wel of niet biobased zijn van grondstoffen een hergroei-periode van 10 jaar gelezen. Aardolie is daarmee dus zeker niet biobased, grassen en aardappelzetmeel zeker wel, maar of hout dan biobased genoemd mag worden? En is het wel zo belangrijk of iets hergroeibaar is? Of is herbruikbaar in algemene zin beter?
In alle gevallen is zo min mogelijk materiaal gebruiken altijd het beste, immers er wordt dan ook zo min mogelijk grondstof gebruikt. Met 3D-printtechnieken kan voor een specifieke toepassing met een minimum aan materiaal de juiste toepassing gemaakt worden, omdat materiaal dat eigenlijk niet nodig is, weggelaten kan worden. Ik denk hierbij aan een massieve stalen balk, een holle koker of een tralieligger. Steeds wordt er meer materiaal weggehaald, maar blijft de functie min of meer hetzelfde. Ik weet niet of dit met alle materialen zomaar kan en of alle materialen zich nu al laten ‘printen’, maar vaak zal het weglaten van materiaal gepaard gaan met een andere productietechniek en daarmee mogelijk hogere kosten, tussenstappen met meer energiegebruik en/of functieverlies. In alle gevallen moeten alle aspecten tegen elkaar worden afgewogen. Wat moet het product kunnen, wat kost het, hoeveel energie is nodig voor de productie en in de gebruiksfase en wat is de totale milieu-impact?

 

Bij biobased materialen geldt vaak dat ze milieuvriendelijk lijken, maar omdat ze van ver weg moeten komen (schapenwol uit Australië of kurk uit Portugal) en omdat er vaak allerlei behandelingen of toevoegingen nodig zijn om er bruikbare producten van te kunnen maken, zijn dit soort materialen uiteindelijk niet zo milieuvriendelijk als ze lijken.

Ladder van Lansink

Het vermijden van gebruik van materiaal is uiteraard het meest milieuvriendelijk en is de bovenste sport van de Ladder van Lansink. Het hergebruiken van eindproducten is daarna de beste optie, immers deze eindproducten kunnen zonder aanpassingen zo weer gebruikt worden. Daarna volgen pas de verschillende vormen van recyclen. Waarbij er, voor de totale milieu-impact, uiteraard gekeken moet worden naar het energiegebruik tijdens deze recycling.


Levenscyclusanalyse (LCA)

Bij biobased materialen geldt vaak dat ze milieuvriendelijk lijken, maar omdat ze van ver weg moeten komen (schapenwol uit Australië of kurk uit Portugal) en omdat er vaak allerlei behandelingen of toevoegingen nodig zijn om er bruikbare producten van te kunnen maken, zijn dit soort materialen uiteindelijk niet zo milieuvriendelijk als ze lijken. Een volledige LCA-berekening zal een echt antwoord geven op hoe milieuvriendelijk een product nu werkelijk is. Met deze LCA-gegevens kan de MPG van een gebouw berekend worden. Om producten met zo’n MPG-berekening goed te kunnen vergelijken, moet de juiste functionele eenheid en een representatief aantal gebruikers en gebruiksjaren worden gehanteerd. Zo is bij isolatieproducten de eenheid Rc-waarde veel belangrijker dan de dikte. En is voor spouwisolatie een levensduur van 75 jaar normaal, terwijl een CV-ketel maar 15 jaar meegaat. In de totale berekening moeten alle aspecten dan ook worden gewogen en maakt het dus niet zozeer uit of een product biobased is.

 

Hoe ziet u dit eigenlijk? Ik ben benieuwd naar de reacties.

 

Meer weten?

Neem voor meer informatie contact met mij op via tel. +31 (0) 492 378 111 of e-mail gerritjan.kuiper@kingspanunidek.com.

Downloads

EPC 0,4 of direct naar BENG... Geen probleem!

Oog voor detail - Nieuwbouw bouwdetails

Inschrijven e-mail nieuwsbrief

Wilt u maximaal 4 keer per jaar informatie over relevante wet- en regelgeving ontvangen? Schrijf u dan nu in voor de nieuwsbrief van Unidek Dakelementen.

Inschrijven e-mail nieuwsbrief


Kingspan Unidek B.V.

Hoofdkantoor

Scheiweg 26

5421 XL Gemert

+31 (0) 492 378 111

We gebruiken cookies op onze website. Voor meer informatie over de cookies die we gebruiken of om uw cookievoorkeuren aan te geven, klik a.u.b. hier.

Klik op "Accepteren en sluiten" om cookies op onze website te accepteren. Als u geen toestemming geeft en deze site blijft gebruiken, gaan we ervan uit dat u instemt met het gebruik van cookies.

Het Cookiebeleid en –beheer alsook de website Privacykennisgeving zijn bijgewerkt op 13 augustus 2018.